Saturday, 23 December 2006

Project L06 - het verhaal

Nu ik toch tijd heb, laat mij maar meteen vertellen wat Project L06 nu eigenlijk inhield. Natuurlijk is deze post helemaal irrelevant, want ik heb het ondertussen wel aan iedereen al in geuren en kleuren verteld. Toch doe ik het, just for the hell of it.

Ik heb al eerder gesproken over Crazy Fridays. Het is een zij-projectje (dat is een vrouwelijk projectje) van Pieter-jan en mij, twee restanten uit de Zweedse klas die op vrijdagavonden nog eens de tijd nemen om het zwijn uit te hangen. Crazy Fridays gaan doorgaans door in café Bluesette in Gent. Het programma van zo'n avond ziet er meestal als volgt uit: vier duvels, drie spelletjes schaak en elke tien minuten rechtveren terwijl je luidkeels dondert: "C-C-C-Crrrraaaazzy Fridays!" De eigenaar van de Bluesette (waar we met de Zweedse klas trouwens al vier jaar trouwe klanten zijn) is het al gewoon en komt steevast met een koppel Duvels en het schaakspel aandraven wanneer we het beluik betreden.

Het heeft hem er toch niet van weerhouden om op een zekere vrijdagavond in november zijn zaak te sluiten voor de avond. God weet wat hem bezielde. Maar hij was wel vriendelijk genoeg om het ons te laten weten, dus we waren klaar voor een alternatief. En waar anders dan in het land van Bratwurst, Ampfelmann en Mercedes? Waar anders dan in de stad waarin besnorde spasten voortdurend op onbegrip stuitten, waar gebak geproduceerd wordt waaraan de Amerikaanse president John F. Kennedy zijn populariteit te danken heeft? Waar anders dan in Berlijn? Juist, in Parijs.

Gewapend met bordjes "LVTETIA" (de Latijnse naam voor Parijs), "Paris" en "Helena" en verder weinig zinvols, vatten we de vierhonderd kilometer lange reis aan. Na omzwervingen in Lille, picknick met Gordon Platinum en sandwiches met kaas, na al bij al negen uur heen- en weergelift kregen we eindelijk onze laatste lift die ons helemaal tot in Parijs zou brengen. Spijtig genoeg voor ons moest dat een Franse johnny zijn. Zijn auto rook naar caramel en was bekleed met fanmateriaal van een lokale voetbalploeg. De jongeman in kwestie hoorde dat we buitenlanders waren die met een ongetwijfeld dikke tongval zijn taal praatten en vond het dan maar nodig om zijn Frans te reduceren tot een français petit-nègre: "Belgique, c'est cool. Beaucoup de clubbing." Dat laatste was niet eens Frans, maar soit (dit laatste trouwens wél).

In de hoop een paar lullige bekentenissen los te krijgen uit de man, deden we maar alsof we clubbing supertof vonden. Ik denk niet dat ik van iets meer spijt heb dan daarvan, want toen we even later in de file stonden op de ring rond Parijs, verbrak zijn stem de stilte: "Beaucoup cette musique en Belgique?" Zijn rechterhand griste nerveus een blinkend schijfje van onder het dashboard en stopte het in de speler. Even later vulde de auto zich met de meest afschuwelijke clubmuziek ooit. "PUMP UP THE VOLUME PUMP UP THE VOLUME", de hypnotiserende stem leek onze chauffeur helemaal in zijn macht te hebben want hij deed het. "DO YOU WANT MY DICK/KICK IN YOUR FACE?". We zijn er niet helemaal uit wat er nu precies 'gezongen' werd, maar in beide gevallen zijn we blij dat hij daar geen gevolg aan gaf. En nu kun je wel even tenenkrommend lachen met zo'n cd, maar als ze even later op repeat blijkt te staan en je slechts meter voor meter vooruitkruipt op de Parijse ring, dan is je goesting gauw over.

In ieder geval waren we er een dikke twee uur later eindelijk. We kochten een metroticket naar de Eiffeltoren en namen daar onze laatste picknick. Algauw bleek het bijzonder leuk om mensen wijs te maken dat je het middelpunt onder de toren gevonden had en dat ze daar een foto mochten trekken als ze met jou op de foto wilden. Het resultaat mocht er zijn: foto's met een koppel Amerikanen, een groep erasmussers, een Russische dame, een verkoper van kleine lichtgevende Eiffeltorentjes, een Libanees gezin, een bijzonder zwarte neger en een groep mooie meisjes.

Toen ons dat niet meer kon bekoren, begonnen we aan ons blitsbezoek aan Parijs: het Louvre, Centre Pompidou, Montmartre, de Obelisk, l'Arc de Triomphe, de fnac op de Champs-Elysées die wonderwel nog om middernacht open was ... Uiteindelijk belandden we vermoeid in een Ierse pub waar het warm was en waar we niet hoefden te betalen om er te zitten. Bovendien was er een klein optredentje aan de gang, zaten er mooie erasmusmeisjes en leek een koppel misérables bereid om ons bier te betalen, als we hen maar aan ons tafeltje duldden. Dat verhinderde wel het contact met de meisjes, but hey, gratis Heineken aan zes euro 't stuk.

De misérables waren trouwens echt miserabel. De vrouw was duidelijk manisch en barstte continu in huilen uit, de man had teveel gedronken en pestte haar voortdurend met weetikveelwat, zodat de vrouw opnieuw in huilen uitbarstte. Fantastisch was dat niet, maar het was er warm en ons bier gratis.

Op een gegeven moment hielden we het wel voor bekeken en we konden op weg naar ons laatste monument voor die nacht: de Nôtre Dame. Daar dronken we onze hartverwarmende fles rode wijn op (when in Rome, do as the Romans do) en vleiden we ons in onze slaapzakken neer op een koud, stenen bankje vlak voor de imposante kathedraal. Meest absurde nacht ooit. En koud.

De terugweg verliep slaperig, maar was heel wat korter: op vier uur tijd waren we weer terug in Gent. We hadden een bijna rechtstreekse lift gekregen (van een man die iets brabbelde over dat de auto gestolen zou zijn) naar Lille en daar ten slotte een trein genomen. Te vermoeid.

Zo, nu weet je ook wat Project L06 inhield. L voor Lutetia. 06 voor 2006. Aja.





No comments: