Saturday, 26 March 2005

Insert Witty Title Here

Hallo lieverds,

alweer akelig lang geleden dat ik nog iets laten horen heb, nietwaar? Om de (ge)moederen te kalmeren komt hier dan toch nog een nieuwe officiële nieuwsbrief uit Scandinavië.

Om te beginnen heb ik een paar leuke en lonende vriendschappen opgelopen. Mijn contact met de andere uitwisselingsstudenten wordt kleiner en kleiner, en ik spendeer veel meer tijd samen met de Zweden. Niet alleen de mensen op mijn gang, want dat waren al langer vaste feestpartners, maar nu ook mensen van in de cursussen. Dat is ronduit heerlijk, niet alleen omdat het goed is voor mijn Zweeds, maar ook omdat het zo moeilijk is contact te maken met de Zweden.

Eigenlijk ligt die episode al zover in mijn achterhoofd dat ik er nauwelijks nog wat over kan vertellen. Maar het begint met samen studeren. Dat blijkt trouwens iets erg Zweeds om te doen, want overal in de bibliotheek zijn er tafeltjes waar je met een stuk of 6 kunt rondzitten. Wie zei ook alweer dat de Zweden asociaal zijn? Samen studeren in Zweden gaat als volgt: je spreekt op een onmogelijk vroeg uur af in de bibliotheek van de universiteit, schaart je met twee rond de tafel en wacht op de andere vier, die een uur later met slaperige oogjes toekomen. Wie zei ook alweer dat de Zweden stipt zijn? Vervolgens neem je alle notities door en maakt grapjes over vikingen die runenstenen lieten oprichten omdat ze nu al tien jaar leven en tegelijkertijd half Zweden bezitten (een andere viking beweert enkele kilometers verder hetzelfde). Je schrijft ook je eigen en elkaars namen in runenschrift en maakt hopen briefjes met vunzige Zweedse woorden, in runenschrift.

Over de middag ga je naar de microgolfoven en je leegt er de inhoud van je brooddoos. Spaghetti leent zich uitstekend tot samen studeren: hoe meer vlekken op een bepaalde pagina, hoe moeilijker (of leuker) de stof op die pagina! Tussendoor loop je voortdurend naar een van de vele koffieautomaten die het gebouw rijk is (Zweden is het meest koffieconsumerende land na Finland), en steekt jezelf vol met snoepgoed. Zweden zijn gek op zoetigheid. Je maakt een Zweed dwaas en dronken met de losse snoepjes die je in elke supermarkt kunt kopen; met ijs en chocolade bezorg je hem of haar gemakkelijk een orgasme. Tegen de vroege avond, ongeveer een uur of vijf, wandel je, moe maar tevreden elk je richting uit en sus je je geweten met het idee dat je een hele dag gestudeerd hebt. Een prachtig systeem, het zou uitstekend werken in België, ware het niet dat je daar moet studeren.

De schrik van de zeven studenten is, en blijft, thuisexamens. Het klinkt verdacht gemakkelijk, het lijkt wel het spiekersparadijs en je krijgt er soms belachelijk veel tijd voor, maar o jee. Niemand werkt natuurlijk de eerste vier dagen van de thuisexamenperiode. Vervolgens ga je, als je een beetje man bent, gewoon op skireis, en dan schiet er inderdaad nog een goede halve dag over om even 9 bladzijden neer te poten, in het Zweeds en over een onderwerp waar je eigenlijk minder van weet dan wat je aanvankelijk had aangenomen.

Maar goed, voor dat examen heb ik er wel vertrouwen in dat ik erdoor geraak. De skireis was trouwens fantastisch. Ik had nog nooit eerder geskied, en was eigenlijk vastberaden er nooit mee te beginnen. Het is een beetje zoals roken, als je er eenmaal aan begint, raak je er gauw aan verslaafd en geef je er jaarlijks honderden euro's aan uit. Om nog maar te zwijgen over die vele uren die je in de file van Brussel naar Oostenrijk spendeert. Maar goed, ik heb hier in Zweden al aan veel van mijn principes de brui moeten geven, en ze beloofden mij plechtig dat ze me zouden leren skiën. We schreven ons dus in (we, dat waren Hanna, Per en twee vrienden van Per: Martina en Martin, jawel, een koppel) voor een groepsreis naar Sälen, een van de meest populaire ski-oorden in Dalarna, nabij de Noorse grens. Groepsreizen zijn nu meestal niet de meest fantastische dingen, maar deze viel nog best mee. Ook al waren er veelbelovende vermeldingen van entertainment op de bus, dat ging wel.

Na een nachtje uitblazen in de ski-pub, met de nodige biertjes, was het dan tijd om op de latten te gaan staan. Huur dit en huur dat, wantjes aan, skischoenen waarmee je rondloopt als een robot uit slechte jaren '80 films, en latten onder het geheel. Het was geen zicht, maar uiteindelijk kwam ik dan toch tot bij de eerste skilift gewaggeld (op ski's wandelen is echt niet zo makkelijk) en daar liep het meteen al mis. Met vier paar ogen die in mijn rug brandden, mocht ik als eerste de skilift nemen. Geen haar op mijn versgeknipte hoofd dat eraan dacht om met mijn skilatten in dezelfde richting te gaan staan als de lift, dus ik belandde meteen met mijn gezicht in de sneeuw, skistokken en wanten voor me en een troep giechelende mensen achter me. De tweede keer ging het wel min of meer goed en even later stond ik bovenaan mijn eerste kinderhelling. Het zag er niet helemaal zo beangstigend uit als ik de nacht ervoor had gedroomd in de beddenbak van de skihut. Ik nam genoegen met een paar instructies van mijn nieuwbakken ski-instructeurs (vier tegelijkertijd, maar het kwam erop neer dat ik moest slalommen). Het slalommen ging me eigenlijk niet te best en ik koos de kortste weg de helling af. Ik maakte mijn debuut aan een oncomfortabel hoge snelheid en belandde weer met mijn snoet in de sneeuw. Na nog twee keer proberen kon ik eindelijk aanvaardbaar slalommen en was het tijd voor een andere berg.

Ik ging alleen maar groene bergjes proberen en misschien blauwe, maar mijn kompanen probeerden me continu te misleiden en me op rode bergen te zetten. Mijn muts, kraag en maag vulden zich langzamerhand met sneeuw tot ik lucht kreeg van hun valsspelerij (ze stonden hardop te lachen, maar ik hoorde het niet wegens sneeuw in de oren). Ik stond alweer bovenaan een rode berg (die rode pijltjes betekenen dus rode berg) en had niet veel andere keuze, dus stootte ik af en slalomde sierlijk tot aan de aankomst, waar ik afrondde met een scherpe bocht en zo weer in de rij belandde voor de lift. Ze waren geen klein beetje onder de indruk van mijn vlugge carrière, en algauw konden we een beetje overal tesamen skiën. Het was ronduit heerlijk. Ik won 's avonds ook een t-shirt voor beste nieuwkomer en kroop enkele liters bier (en jägermeister) later met een gelukzalige glimlach onder de wol om mijn overwinningsroes uit te slapen.

De dag erna was een marteling. Iemand had 's nachts mijn pezen korter gemaakt en ik voelde me als een marionet waarvan je al de draadjes samentrekt. Hoe voelt zo'n marionet zich eigenlijk? We reisden naar een ander skioord, veel hoger, veel steiler, veel moeilijker, veel gladder (de zon deed de sneeuw van de dag ervoor smelten, maar de nacht had de pistes omgetoverd in een ijsvlakte) en met een achtergrond die me deed duizelen. Zo hoog was het, dat je Noorwegen kon zien liggen. Het ging me die dag helemaal niet, vermoeidheid en spierkrampen speelden me parten en ik voerde een aantal van mijn sierlijkste valnummertjes van de vorige dag op, deze keer voor zowel Noorwegen als Zweden. Maar het werd niet beter. Met trillende knieën ben ik dan maar een hele dag achter de allerjongsten (5 jaar) gesukkeld, tot mijn eigen grote verveling, want het ging helemaal niet zo rap. Tegen zondagavond kon ik me weer de mislukkeling van de voorbij 20 jaar voelen, en ik besefte dat ik voor mijn hoog(te)moed gestraft was. Evengoed beseffend dat het zo goed was, kroop ik de bus naar Uppsala weer op om te doen waarvoor de zevende dag gemaakt is.

Deze brief is aan de lange kant aan het worden, merk ik. Maar ik moet nog vertellen van mijn reis naar Tallinn en de fantastische eerste lentedagen in Zweden! Ik beloof het je, het komt eraan, stay tuned!

No comments: