Wednesday, 18 June 2008

Werkloos in kafkaland

Het leven van een werkloze is een stuk drukker dan je denkt. Vooral als je in de hoofdstad der werklozen woont en je bij nader inzien buitenlander bent met een voornaam die iedereen alleen maar als familienaam kent.

Nadat mijn (om verschillende redenen verzwegen) werkgever besliste dat het tijd was om zoveel mogelijk koppen te laten rollen en mij iets onder de neus drukte dat nog het beste kan worden omschreven als chantage, zette ik mijn poot om mijn contract "vrijwillig" vroegtijdig te beëindigen.

Iets bewijzen is in dit geval natuurlijk haast onmogelijk en om mijn ziekteverzekering niet ten volle te hoeven betalen, sjok ik naar het Arbeidsagentschap om mij werkloos te laten verklaren. Het begint met een uitleg in ratelend Buroduits waar ik geen vliegende snars van begrijp. Nog voor ik het weet, sta ik weer buiten met een paar obscure documenten waarop het aantal kleine lettertjes het aantal grote flink overstijgt.

Dan maar naar de Burgerdienst, waar ik een passe-partout lotje uit een obscure automaat trek ("Voor U wachten 138 bezoekers") en me in de muffe wachtzaal op een oncomfortabele stoel plof. Voor mijn ogen speelt zich een circus af van vrouwen met huilende peuters, vrouwen met hoofddoeken, mannen met vrouwen, peuters met ballen, bleke rokers die naar bier stinken en twee Amerikanen.

Omdat ik geen zin heb in contact met eender wie, diep ik dan maar een boek op. Omega Minor, een kanjer van een boek dat mijn vader net voor mijn vertrek uit België uit had en ik maar snel in mijn rugzak geflikkerd had. Ik heb het me nog niet beklaagd. Maar een van de bovengenoemde peuters met ballen maakt me mijn concentratie onmogelijk en al snel begin ik dan maar door de documenten te grasduinen.

Wanneer ook dat me niet kan boeien en het bezoekersaantal nog maar tot 120 is gezakt, plan ik een uitje naar het toilet. En wát voor een toilet! Zoiets heb ik voor het laatst gezien in de lagere school of de muziekschool, waar tegen de tegelwand schijten nog kunst was en elke vrije plek daartussen moest worden opgevuld met graffiti. Het inkomhalletje met de lavabo ruikt misleidend naar kaneel, maar ik laat me niet vangen (8 jaar zat ik op de muziekschool!) en haal diep adem. Door het raam zie ik de gewone mensen zitten op het plein. Ze zonnen en likken ijsjes en lijken zich niet bewust van de gruwels die zich hier, in dit kafkaiaanse slot afspelen.

Eindelijk ben ik aan de beurt. Nummer 332 stapt naar binnen, leert dat het Arbeidsagentschap mij de verkeerde formulieren heeft meegegeven en staat slechts drie minuten en halfverrichter zake terug buiten. Mijn klok leert me dat mijn dag volledig naar de hond is.

... Wordt vervolgd (naar schatting in nog een vijftal razendspannende delen).

1 comment:

Dorine said...

Haha :) leuk geschreven!