Saturday, 30 December 2006

Amsterdoom

Het is weer tijd voor mijn zesmaandelijkse depressie. De oorzaken zijn zoals gewoonlijk niet allemaal mooi op een rijtje te zetten, maar het is altijd makkelijk om er een grote zondebok uit te halen: de liefde. Zonder teveel details aan het interweb te willen toevertrouwen, het relaas van mijn remedie.

Zoals ik al schreef zouden Pieter-Jan en ik naar Bremen liften tussen kerst en nieuw. Maar haren in de boter van dienst waren de examens en financiële situatie van PJ, waarop we beslisten om het project voor onbepaalde tijd uit te stellen en thuis te blijven. Niet helemaal tevreden met die situatie en met een vuile zweem van eenzaamheid vatte ik het plan op om dan maar op m'n dooie eentje ergens heen te liften. Je komt altijd wel iets leuks of spannends tegen, en ik na de drukke schoolperiode beslist even vakantie nemen. Aangezien ik net twee websites heb afgewerkt en als eindredacteur werk bij een kleine Brusselse vzw, hoefde geld ook geen obstakel te vormen. Bij pot en pint deed ik die avond mijn plannen uit de doeken aan Koen (Dikkn) en Peter (Puit), de twee mopperende maar paradoxaal genoeg goedlachse schoorstenen die al in een vorig verhaal figureerden. En nee ik vind ze niet uit, ze bestaan écht!

Puit, zelf niet helemaal gespeend van aardse miserie, pikt me de volgende dag op in zijn auto en een paar uren later staan we in Amsterdam. Veel comfortabeler dan liften, en als je je auto als mobiel hotel gebruikt, win je de naft wel ruimschoots terug omdat je geen jeugdherberg hoeft te betalen. Dat hopen we tenminste. Amsterdam blijkt een pest te zijn om met de auto heen te gaan. Een beetje rondzwerven door het centrum van de stad leert ons dat je je auto nergens kwijt kunt. 3,5 euro per uur om te parkeren in het centrum, 2,5 in een parkeergarage en 2,0 aan de dokken. De Amsterdamse parkeerwachters schrokken voor niets terug: wie in het centrum geen ticketje op het dashboard liggen had, krijgt zonder pardon de wielklem. Dus parkeren we aan de dokken en duiken het dichtstbijzijnde café in. Een vaasje (25 cl) Heineken kost drie euro en het platte bier smaakt ons voor geen meter, maar we maken handig van de accommodatie gebruik om de restjes kaas van verlaten tafels te snoepen en onze basisbehoeften te vervullen.

Terug bij de zorgvuldig geparkeerde Citroën Xantia (met de kont tegen een bloembak zodat onze Belgische nummerplaat niet te gauw zou opvallen), vis ik met de toppen van duim en wijsvinger het bonnetje vanachter de ruitenwisser en ik grijns flauwtjes. Ze hebben ons mooi te grazen gehad. We besluiten de boete te laten voor wat het is en zetten koers naar Leiden, waar misschien nog iets te doen is en waar het parkeren ons in ieder geval minder zal kosten. In Leiden vinden we ook niet meteen een gratis parkeerplaats, maar we wagen het erop en schuiven onze rijdende slaapkamer (met bijhorende troep erin) in een residents-only parking naast een flatgebouw.

Leiden heeft alles te bieden wat je nodig hebt als je twee humeurige mannen bent. In order of appearance: een frietkot, vriendelijke mensen, grachtjes en bruggetjes, een mooi centraal station waar je kunt pinnen (geld uit de muur halen) met de voor stations o-zo-typische dronken zwarte man die op je geld uit is, een dito jehovagetuige en coffeeshops.

We crashen in coffeeshop Coffee & Dreams, ons diplomatisch aangeraden door een politieagent ("Goede koffieshops? Nou eh, wat ik zie is de Coffee & Dreams hier een paar straten vandaan..."). Heerlijk en absurd tegelijkertijd, een land waar je een agent om drugs kunt vragen. Na een paar voorgerolde jointjes met heerlijke koffie erbij, komt een stereotiepe rastaman binnengewalst. De vorm van zijn muts verraadt de dikke dreadlocks die hij voor de gelegenheid bovenop zijn hoofd heeft gedrapeerd, van rond zijn nek lacht Bob Marley mij roodgeelgroen toe en hij praat het onvervalste Jamaicaans van een onvervalste faker. Een paar uitspraken van de jongeman?

  • "from Aaaafrica", met mooie open a. Als antwoord op onze vraag waar hij vandaan komt.
  • "look at him, he so ugly" Over de barman van de shop, een kurkdroge Hollander die de aantijgingen op een paar fronsende blikken en een groen lachje verwelkomt.
  • "it grows from the inside out you know" Over zijn baard, die kennelijk van binnen naar buiten groeit.
  • "respect number one!" Weer tot de barman die kennelijk niet van plan is oprecht te glimlachen.
  • "if you smoke this, you must eat good! You take onions, paprika, tomatoes and RED MEAT! You cook everything together and then put it in the RED MEAT. Then smoke" Advies tot ons over hoe je jointjes rookt.

Na verloop van tijd verdwijnt de would-be Jamaicaan en aangezien de coffeeshop sluit, kopen we gauw elk nog wat spul en slenteren we eens naar bed. We nestelen ons comfortabel en warm in onze slaapzakken en drinken de Absolut wodka, die kort daarna het de zwartste miserie uit ons doet opwellen. Onder een paar godverdommes slaat Peter zijn hoofd tegen het stuurwiel dat zijn ongenoegen kenbaar maakt door korte toetertjes uit te stoten. Lachen en bleiten tegelijkertijd. Nee, niet bleiten natuurlijk, want wij zijn mannen. Stoere mannen, weetjewel, van geen kleintje vervaard!

De dageraad wekt ons uit ons Leiden en lijden. Met een kleffe bek en besluiten we naar de bakker te rijden, ontbijt te kopen, een koffie te drinken en vervolgens een halfuur doelloos door Leiden te tuffen om onze parking terug te vinden. Die is natuurlijk volzet maar het straatje erachter blijkt gewoon gratis parkeren te zijn. We laten de auto achter en gaan staan liften aan een tankstation op de weg naar Amsterdam. Max, een half-Iraniër, half-Canadees met een vette getunede Opel en een grappig accent, neemt ons mee. Hoewel hij de eerste pogingen tot conversatie beantwoordt met een Southparkachtig "mmmkay" en "grappig", lijkt hij best een fijne kerel te zijn. Zijn vriendin studeert in Antwerpen en hij belooft ons een belletje te geven als hij eens in Gent is. In Amsterdam zet hij ons af en vertelt wat we zeker moeten doen als we willen uitgaan: het Rembrandtplein en het Leidseplein. We kerven het in ons beschadigde korte-termijngeheugen, bedanken Max en wandelen de drukte in.

Na een rommelmarkt en wat doelloos rondwaren in de straten van Amsterdam, ontdekken we de kroket uit de muur. Ongelovig staren we naar de menigte die als een bende bezetenen muntjes inwerpen om vervolgens vanachter een glazen deurtje een kroket tevoorschijn te toveren. Vastberaden ons niet te laten kennen, volgen we hun voorbeeld. En het smaakt. Het smaakt naar meer.

Vier kroketten en een aantal coffeeshops later, hangen we nog steeds uit in A'dam. Pieterjan, een collega uit de journalistiek, is ook in de stad en we besluiten hem op te zoeken om 11u, in bar 11. Yes, coincidence. Ondertussen moeten we nog heel wat bezoeken. Het Rembrandtplein vinden we per ongeluk op zoektocht naar meer kroket uit de muur en het Leidseplein nadat we de halve stad zijn doorgelopen omdat de coffeeshops ons steeds weer doen vergeten waar we heen willen. Het homomonument is één van die bezienswaardigheden die we nooit te zien krijgen omdat we steeds van doel veranderen.

Beide pleinen stellen niet veel voor en we besluiten maar eens te gaan zoeken waar Bar 11 zich eigenlijk bevindt. Terug richting Centraal-Station dus. Onderweg een paar stereotiepe negers in hiphopkledij "Where's the bitches, please?" en een kleine kilometer verderop, the bitches. De hoeren dus, niet Pieterjan en Mieke die we even verder aan het station tegenkomen.

Bar 11 blijkt een club te zijn op vrijdagavond en dus slenteren we een beetje achter Pieterjan en zijn lief aan naar een andere pub. Zeverend en elk met een blik bier in de hand strooien we zeker roet in het eten van het koppel voor ons. Maar ongetwijfeld tot hun grote vreugd, kunnen we toch maar twintig minuten blijven omdat daarna de laatste trein naar Leiden vertrekt. Daar kruipen we opnieuw onze kamer, die nu in een rustige residentiële zone geparkeerd staat. Met een jointje en betrekkelijk wat minder kreten van ellende dan de nacht ervoren, vallen we in slaap.

Of het de kou is die ons wekt, of het gemurmel van de buurtbewoners over "twee gekke Belgen die in de auto liggen de pitten" zullen we nooit weten. Maar in ieder geval waren beide aanwezig. We schudden ons vette haar bijeen, ontbijten in een Leidens cafeetje en rijden (op de muziek van Slam FM, de plaatselijke margi-radio) moe maar tevreden terug naar Gent. De reis heeft haar louterende effect niet gemist: ik voel me nu stukken beter dan voordien. Hopelijk kan Puit hetzelfde zeggen.

1 comment:

Rudy V. said...

Ik wist niet dat jij blowde?!